ZOMERAKKOORD Nieuwsbrief 1

20/09/2017

De fiscale hervormingen: de contouren van het zomerakkoord

 

 

Onze federale regering  is het op 26 juli 2017 eens geraakt over een reeks nieuwe structurele hervormingen, onder meer op het vlak fiscaliteit. Graag informeren wij u over de belangrijkste gevolgen voor u als ondernemer, werknemer, consument en belegger.

 

Omdat de hervorming budgettair neutraal moet verlopen,  zijn naast een aantal stimulansen ook noodgedwongen maatregelen ter compensatie genomen. In afwachting van de definitieve wetgeving en verdere berichtgeving, vindt u hieronder alvast een overzicht, droogjes opgelijst.

 

In de volgende nieuwsbrieven zullen wij een aantal onderwerpen uit deze lijst lichten (vooral de compenserende maatregelen). Dan houden wij de bespreking zeer concreet en praktisch, dat is beloofd.

 

1.    Hervorming vennootschapsbelasting

 

FASE I (2018)

Stimulans

-           De hervorming van de vennootschapsbelasting zal gefaseerd verlopen. In 2018 daalt het algemeen tarief van 33 % naar 29 % en daalt het verlaagd tarief voor de kleine vennootschappen (die aanspraak maken op het verlaagd tarief) naar 20 % op de 1ste schijf van 100.000,00 euro.

-           Ook zal gedurende 2 jaar (dus tijdelijk) de gewone investeringsaftrek stijgen van 8 % naar 20 %.

-           De aanvullende crisisbijdrage wordt verminderd van 3 % naar 2 %.

-           Het tarief van 0,4 % op meerwaarden op aandelen, gerealiseerd door grote vennootschappen, wordt afgeschaft.

-           De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk onderzoek (bachelors) zal gefaseerd uitgebreid worden.

 

Compenserende maatregelen

-           De investeringsreserve wordt afgeschaft.

-           De minimale bezoldiging om van het verlaagd tarief te kunnen genieten stijgt van 36.000,00 euro naar 45.000,00 euro, met uitzondering van de startende vennootschap de 1ste 4 jaar. Wanneer de winst lager is dan 45.000,00 euro moet de bezoldiging minstens gelijk zijn aan de winst. Daarenboven zal elke vennootschap een aftrekbare heffing van 10 % moeten betalen bij het niet uitkeren van minimaal 45.000,00 euro.

-           De meerwaarden op aandelen zullen slechts vrijgesteld zijn bij een participatie van minstens 10 % of 2.500.000,00 euro aanschaffingswaarde, naast de eerder bestaande taxatievoorwaarde.

-           De vooruitbetaalde kosten zullen niet meer in het jaar van vooruitbetaling integraal aftrekbaar zijn, maar enkel op het gedeelte dat betrekking heeft op het jaar zelf.

-           Voorzieningen kunnen worden aangelegd enkel op basis van bestaande verplichtingen.

-           De notionele intrest zal niet meer berekend worden op het gehele eigen vermogen, maar slechts op de aangroei van het eigen vermogen. Ook zal elke toename verdeeld worden over 5 jaar. Bij een aangroei van 100 zal de aftrek berekend worden op 20 gedurende 5 jaar.

-           Vennootschappen die meer dan 1mio euro winst maken, zullen een minimum winstbelasting moeten betalen. D.w.z. dat deze vennootschappen hun resultaat niet volledig zullen kunnen wegwerken met fiscale aftrekposten. De aftrekposten zullen elk jaar beperkt worden.

-           Bij een kapitaalvermindering wordt de vrije keuze van de aanrekening op welke bestanddelen de kapitaalvermindering wordt aangerekend, beperkt. Dit houdt in dat de volledige aanrekening op het gestort kapitaal (= onbelaste uitkering) niet meer mogelijk is. Men zal een verdeelsleutel voorzien.

-           Bij het niet indienen van de aangifte vennootschapsbelasting zal de minimum belastbare basis, forfaitair vastgesteld, vanaf 2018 stapsgewijs verhogen van 19.000,00 euro naar 40.000,00 euro.

-           Bij een verhoging van de belastbare basis n.a.v. een controle, zal er ook vennootschapsbelasting verschuldigd zijn.

-           De basisrentevoet die gebruikt wordt voor het bepalen van het percentage van de belastingvermeerdering wegens gebrek aan voorafbetalingen, verhoogt van 1 % naar

3 %. Bijgevolg wordt het niet tijdig voorafbetalen door vennootschappen een pak duurder.

 

 

FASE II (2020)

Stimulans

-           Het algemeen tarief zal verder dalen van 29 % naar 25 % en de aanvullende crisisbijdrage zal afgeschaft worden.

-           Fiscale consolidatie wordt ingevoerd. Binnen een groep zullen de winsten en verliezen van verschillende dochterbedrijven samengesteld kunnen worden, zodat de groep enkel op het totale winstbedrag belasting verschuldigd is.  

 

Compenserende maatregelen:

-           Men voorziet een beperking van de aftrekbaarheid van intresten op vreemd vermogen.

-           Disconto op schulden zal niet langer aftrekbaar zijn.

-           Het criterium ’marktrente’ zal verduidelijkt worden.

-           Men zal niet meer degressief kunnen afschrijven en alle vennootschappen zullen geprorateerd moeten afschrijven in het jaar van investering.

-           Er zal een verstrenging zijn van de aftrekbaarheid van verliezen van buitenlandse vaste inrichtingen.

-           Hervorming van de autokosten.

-           Andere diverse aanpassingen (aanvullend en bijkomend personeel, stagiairs, meerwaarde bedrijfsvoertuigen, … ).

 

2.    Gelijkschakeling van de eenmanszaken met de vennootschappen vanaf 2018

-           De regeling die in de vennootschapsbelasting gehanteerd wordt inzake de aftrekbaarheid van autokosten op basis van de co2-uitstoot, zal ook toegepast worden in de eenmanszaken. De huidige 75 %-regeling zal dus verdwijnen.

-           De belasting op de stopzettingsmeerwaarden in de personenbelasting, wordt verlaagd.

-           De toepassing van de forfaitaire beroepskosten, welke nu toegepast wordt op werknemers, zal ook kunnen toegepast worden op de eenmanszaken.

-           Ook voor zelfstandigen stijgt de investeringsaftrek van 8 % naar 20 % gedurende 2 jaar.

 

Zoals in de inleiding vermeld, zijn dit slechts de contouren van het zomerakkoord en zullen deze maatregelen nog in concrete wetgeving gegoten worden.