Nieuwe wetgeving inzake schijnzelfstandigheid

6/12/2012

De regering heeft een wet laten goedkeuren (gepubliceerd 11 september 2012) waarin zij de administratie een wapen geeft om in concrete dossiers meer succes te boeken in de strijd tegen de schijnzelfstandigheid. Het betreft hier een weerlegbaar vermoeden.
 
Om te beginnen worden “enkel” de volgende sectoren geviseerd:
-           bouwsector,
-           vervoer van personen en goederen over de weg,
-           schoonmaakbedrijven,
-           bewakingsdiensten.
 
De aard van de opdrachtgever maakt hier niet uit dus:
-          zowel voor vennootschappen,
-          als eenmanszaken.
 
Op wie heeft deze maatregel betrekking?
Elke “zelfstandige”.
 
Met uitzondering van familiale arbeidsrelaties, dit is het geval:
-          wanneer die zelfstandige werkt voor een familielid tot de 3de graad of wanneer die zelfstandige wettelijk samenwoont met de opdrachtgever;
-          of wanneer de aandelen van de vennootschap voor wie hij/zij werkt voor minstens 50 % in handen zijn van of familieleden tot de 3de graad of de persoon waarmee de zelfstandige wettelijk samenwoont .                                        
 
Wanneer is men schijnzelfstandige? 
Men wordt vermoed een schijnzelfstandige te zijn, indien men in één van de bovengenoemde sectoren, voor een hierboven genoemde opdrachtgever presteert, behalve wanneer het een toegelaten familiale arbeidsrelatie is en 5 of meer slechte punten op 9 haalt in volgende toetsing.  
 
1.       Ontbreken van enig financieel of economisch risico:
-          u investeert niet substantieel eigen middelen in de onderneming,
-          u deelt niet substantieel in de winsten of verliezen van de ondernemingopdrachtgever.
 
2.       U heeft geen beslissingsmacht en geen verantwoordelijkheid over de financiële middelen van de ondernemingopdrachtgever.
 
3.       U heeft geen beslissingsmacht over het aankoopbeleid van de ondernemingopdrachtgever.
 
4.       U heeft geen beslissingsmacht over het prijsbeleid van de ondernemingopdrachtgever. (Indien de prijzen wettelijk zijn vastgelegd, geldt dit criterium niet)
 
5.       U heeft geen resultaatsverbintenis betreffende de overeengekomen arbeid.
(Of u wordt steeds betaald, ook al is uw werk niet goed)
 
6.       U heeft de garantie op een vaste vergoeding (inkomen), ongeacht de resultaten van het bedrijf of van de omvang van de door u geleverde prestaties.
 
7.       U heeft zelf geen personeel en mag de werken voor de opdrachtgever ook niet laten uitvoeren door derden (vervangers, onderaannemers).
 
8.       U gedraagt zich tegenover derden niet als een ondernemer of u werkt hoofdzakelijk of gewoonlijk voor één opdrachtgever.
 
9.       U werkt in ruimtes waarvan je niet de eigenaar, noch de huurder bent of je werkt met  materiaal dat ter beschikking wordt gesteld of gefinancierd of gewaarborgd door uw opdrachtgever.
 
GEVOLGEN
Indien 5 of meer van deze criteria vervuld zijn, ontstaat er een weerlegbaar vermoeden van schijnzelfstandigheid of van het bestaan van een arbeidsovereenkomst.
 
Voor de schijnzelfstandige zelf heeft deze kwalificatie weinig gevolgen, behalve dat hij (voor de toekomst) onderworpen wordt aan de sociale zekerheid voor loontrekkende i.p.v.  deze voor zelfstandige.
 
Voor de opdrachtgever zijn de gevolgen veel zwaarder en kunnen in geval het over meerdere schijnzelfstandigen gaat, het voortbestaan van zijn bedrijf in gevaar brengen:
 
-          het gefactureerde loon wordt beschouwd als een brutoloon, daarop kan tot 5 jaar terug RSZ-werkgever en RSZ-werknemer worden gevorderd,
-          indien de samenwerking ondertussen werd stopgezet, kan er een verbrekingsvergoeding (opzegvergoeding) worden gevraagd,
-          achterstallig vakantiegeld, feestdagvergoedingen, enz. kan worden gevorderd,
-          strafrechtelijke vervolging wegens overtreding van de arbeidswetgeving en de RSZ-wetgeving.
 
Voor de familiale arbeidsrelaties, zij mogen blijven overeenkomen zoals zij dat zelf willen,  (loontrekkende, zelfstandige, eventueel zelfstandig helper) mits er zich ook naar te gedragen.
 
ENKELE CASES
Natuurlijk persoon eenmanszaak werkt voor andere natuurlijk persoon eenmanszaak
Uw zelfstandige medewerker of onderaannemer die (nagenoeg) exclusief voor uw onderneming werkt, heeft uiteraard nooit zeggenschap in uw onderneming. Daardoor verzamelt u reeds 3 slechte punten. (Rubriek 2, 3, 4) U heeft nog een speling van 1, m.a.w. u kan zich nog slechts 1 bijkomend criterium veroorloven zonder onder het vermoeden te vallen een schijnzelfstandige te zijn.
 
Natuurlijk persoon eenmanszaak werkt voor een vennootschap
U heeft een vennootschap waarin zelfstandige werkende vennoten werkzaam zijn met een gering aantal aandelen of deelbewijzen. Daardoor verzamelt u reeds 4 slechte punten (1, 2, 3, 4) en heeft u geen enkele speling meer. Van zodra er aan één bijkomend criterium wordt voldaan, dan valt u zonder meer onder het vermoeden een schijnzelfstandige te zijn.
 
U heeft een vennootschap en alle werkende vennoten zijn ook zaakvoerder, de rubrieken 1, 2, 3, 4 en 7 kunnen alvast niet van toepassing zijn. Geen gevaar op schijnzelfstandigheid.
 
Uw zaakvoerder heeft geen aandelen in de vennootschap, als zaakvoerder neemt u alleen of in college alle beslissingen. Rubrieken 2, 3, 4, 7 en 8 zijn niet van toepassing. Geen gevaar op schijnzelfstandigheid.
 
De twee voorgaande alinea’s zijn het gevolg van het feit dat de vennootschappenwet aan elke zaakvoerder een aantal bevoegdheden toekent die per definitie met een zeer ruime beslissingsbevoegdheid gepaard gaan.
 
Vennootschap werkt voor andere vennootschap
Uw vennootschap doet beroep op een andere vennootschap onderaannemer. Een vennootschap zelf kan niet het statuut hebben van loontrekkende, de wet op de arbeidsrelaties geldt hier niet en de slechte puntencriteria ook niet, tenzij simulatie kan bewezen worden.
 
In geval van simulatie doorprikt men het bestaan van de vennootschap onderaannemer.
Daarom best steeds met een aannemingscontract werken per opdracht, de vennootschap onderaannemer is verantwoordelijk voor haar opdracht, de vennootschap niet gewoon laten meewerken met uw eigen (loontrekkende) medewerkers, enz.
 
De vennootschap opdrachtgever en de vennootschap opdrachtnemer dienen zich te gedragen zoals contracterende onafhankelijke partijen steeds doen.
 
BESLUIT
Het tijdperk van de zelfstandige, die behalve het zelfstandig statuut niets van doen heeft met een echte ondernemer, is, althans voor de 4 geviseerde sectoren, definitief voorbij.
Wellicht zullen andere sectoren vrij vlug volgen.
De gevolgen van schijnzelfstandigheid zijn vooral voor de opdrachtgever desastreus.
Werkt u met onderaannemers of zelfstandigen, bekijk dan dringend uw afspraken en manier van samenwerken.
 
We zijn graag tot uw dienst om u daarmee te helpen.
 
 
 
Koen De Muynck     Dorine De Meyere     Wim De Roo     Geert Schepens