AUTOFISCALITEIT: terug mee zijn

23/04/2012

Teneinde u toe te laten beslissingen te nemen over uw wagenpark en vooral over de gevolgen daarvan, is het belangrijk de nieuwste evoluties te kennen.
 
 
I.                   TIJDSBEREKENINGEN
 
1.      Begin- en einddatum van een jaarschijf van het voordeel van alle aard
Het voordeel van alle aard wordt gedurende de eerste 12 maanden na eerste inschrijving aan 100 % berekend. De volgende 12 maanden aan 94 %, enz.
 
Berekening: de maand van de datum van de eerste inschrijving in de dienst wegverkeer, is de startmaand en telt mee voor een volle maand.
 
Voorbeeld 
Personenwagen eerste inschrijving 21 juni 2009. Uw vennootschap koopt deze wagen
2e hands op  13 september 2011.
Voordeel:          
01/06/2009 tot 31/05/2010: 100 %           (geen voordeel want nog niet in bezit)
                01/06/2010 tot 31/05/2011: 94 %             (geen voordeel want nog niet in bezit)
                01/06/2011 tot 31/05/2012: 88 %             (voordeel vanaf 13/09/2011)
                01/06/2012 tot 31/05/2013: 82 %
 
2.      Tijdsberekening voordeel van alle aard
Het voordeel van alle aard zelf dient berekend te worden volgens de kalenderdagen en niet per maand. (Opdat we er voldoende werk zouden aan hebben?)
 
Zelfde voorbeeld
Voordeel vanaf aankoop 13/09/2011 tot 31/12/2011: oud systeem.
Voordeel 2012:                vanaf 01/01/2012 tot 31/05/2012: 152 dagen of 152/366  à 88 %
                               vanaf 01/06/2012 tot 31/12/2012: 214 dagen of  214/366 à 82 %
In niet-schrikkeljaren is de noemer: 365.
 
3.      Tijdsberekening indien meerdere wagens ter beschikking staan
Wanneer u tezelfdertijd over meerdere wagens beschikt, dient het voordeel van alle aard voor alle wagens te worden berekend, zelfs al kan u er uiteraard maar met één tegelijk rijden.
 
4.      Tijdsberekening wanneer u slechts in een deel van het jaar een wagen ter beschikking heeft
In dit geval dient het voordeel prorata temporis te worden berekend, volgens het aantal kalenderdagen vanaf de ter beschikkingstelling (meestal de inschrijving). Dus hier niet terugrekenen naar de 1ste dag van de maand.
De telling start op de 1ste dag van de ter beschikkingstelling, maar de laatste dag telt niet mee. (De laatste dag is dikwijls ook de 1ste dag van de volgende wagen, vandaar.)
5.      Opschorting van de tijdsberekening
Afwezigheden wegens vakantie, ziekte, compensatie en recuperatie, omstandigheidverlof,
verblijf in het buitenland, verminderen het aantal dagen van het voordeel van alle aard NIET.
 
Enkel wanneer de overeenkomst tussen de onderneming en de gebruiker voorziet in een
verplichte inlevering van het voertuig, bijvoorbeeld bij langdurige ziekte, zwangerschapsverlof, enz. wordt de tijdsberekening voor het voordeel van alle aard opgeschort voor het aantal dagen dat de ziekte duurt.
 
 
II.                GEBRUIK VAN HET VOERTUIG
Het voordeel van alle aard voor het privaat gebruik van het voertuig is forfaitair bepaald, dus niet volgens het werkelijke voordeel, noch volgens het werkelijk gebruik.
 
Dit betekent dat het voordeel van alle aard niet vermindert indien de gebruiker:
a)      de wagen enkel mag gebruiken voor de verplaatsingen van en naar het werk, maar deze niet mag gebruiken voor echte private verplaatsingen (gezin, vakantie, enz.);
b)      de schade wegens een ongeval in fout zelf moet betalen;
c)       winterbanden zelf betaalt;
d)      buitenlandse brandstof- en tolkosten welke de gebruiker zelf betaalt;
e)      car-washbeurten zelf betaalt;
f)        brandstofkosten met een eigen tankkaart betaalt;
g)      de verzekeringspremies zelf betaalt;
h)      opties en accessoires achteraf zelf worden geïnstalleerd (fietsrek).
 
Besluit: het heeft geen zin dat de gebruiker (zaakvoerder/werknemer) zelf  kosten draagt en zelf leveranciers betaalt. Zij verminderen immers niet het voordeel van alle aard en zijn (meestal) fiscaal niet aftrekbaar.
Het is aangewezen dat het bedrijf alle kosten betaalt en dat de gebruiker desgewenst aan het bedrijf een vergoeding betaalt.
 
 
III.             EIGEN BIJDRAGE
In tegenstelling tot het hierboven genoemde, mag de eigen bijdrage die de gebruiker betaalt aan het bedrijf (dus niet aan derden) wel in mindering worden gebracht van het voordeel van alle aard en dit tot maximaal het totale voordeel van alle aard.  Zelfde cases als hierboven:
 
a)      de gebruiker die de wagen enkel voor woon-werkverkeer mag gebruiken, krijgt toelating deze toch voor alle private km te gebruiken en betaalt daarvoor een vergoeding aan het bedrijf;
b)      het bedrijf betaalt de schade aan het voertuig en rekent deze door aan de gebruiker;
c)       het bedrijf koopt winterbanden en rekent deze door aan de gebruiker;
d)      het bedrijf betaalt met de bedrijfs Visakaart de buitenlandse tolgelden en brandstof en rekent door aan de gebruiker;
e)      het bedrijf ontvangt de factuur van de car-wash en rekent deze door;
f)        stelt een bedrijfstankkaart ter beschikking van de gebruiker. Deze betaalt maandelijks een vergoeding aan het bedrijf gelijk aan de verbruikte brandstof;
g)      het bedrijf betaalt de verzekeringspremie en rekent deze door;
h)      de gebruiker betaalt een forfaitaire maandelijkse bijdrage voor het gebruik van de wagen aan het bedrijf;
i)        het bedrijf betaalt het fietsenrek en rekent dit gespreid over een aantal maanden/jaren
door. (Het fietsenrek is een accessoire welke bij de catalogusprijs moet worden gevoegd en dus het voordeel van alle aard verhoogt, de maandelijkse bijdrage verlaagt dit voordeel opnieuw)
 
Besluit: voor de wagen van de bedrijfsleider is het zonder meer aangewezen dat alle kosten door het bedrijf worden betaald. Bij een wagen voor een werknemer ligt dit anders, want dit maakt deel uit van een verloningspakket en tussen partijen overeengekomen. Ook in dat geval is het aangewezen dat alle autokosten door het bedrijf worden betaald en dat desgewenst de gebruiker/werknemer een bijdrage betaalt aan het bedrijf.
 
De betaalde bijdrage kan echter nooit aanleiding geven tot een negatief voordeel van alle aard.
 
 
IV.               CO2-UITSTOOTGEHALTE
 
1.      Welke co2-uitstoot dient als basis voor de berekening
Enkel de co2-uitstoot vermeld op het inschrijvingsbewijs van het voertuig bij de DIV is geldig.
De co2-uitstoot vermeld op het gelijkvormigheidsattest is niet geldig.
 
Indien geen co2-uitstoot vermeld is op het inschrijvingsbewijs, wordt aangenomen dat de uitstoot 205 gram is voor een benzine en LPG of aardgasmotor en 195 gram voor een diesel.
 
U kan, vooral wanneer de uitstoot lager is dan 205 of 195 gram, aan de DIV vragen om alsnog de uitstoot op uw inschrijvingsbewijs te vermelden. Deze vraag is geen verplichting. Indien u meent dat de uitstoot hoger is dan 205, respectievelijk 195 gram en de werkelijke uitstoot is niet vermeld op het inschrijvingsbewijs, geniet u van een lager voordeel van alle aard dan wat zou blijken uit de werkelijke uitstoot.
 
2.      Welke co2-uitstoot hanteert men voor LPG-wagens
De uitstoot vermeldt op het inschrijvingsbewijs voor LPG rijden wordt gehanteerd, behalve indien zou blijken (afwezigheid van facturen) dat nooit of nauwelijks LPG wordt getankt.
 
3.      Welke co2-uitstoot bij elektrische wagens
Elektrische wagens stoten geen co2 uit. Het voordeel van alle aard wordt bepaald op 4 % van de catalogusprijs verhoogd met de opties, kortingen en met de werkelijk betaalde BTW
 
 
V.                  BTW
 
1.      Recht op BTW aftrek bij ter beschikking gestelde voertuigen om niet (gratis)
We wachten nog steeds op de instructies met de verschillende mogelijkheden om de BTW op het werkelijk gebruik te bepalen. (Is reeds enkele keren beloofd, maar wordt blijkbaar steeds uitgesteld onder het motto: “kijk volgende week naar een nieuwe aflevering van….”.
 
In ieder geval zal het toegelaten zijn het werkelijk gebruik aan te tonen aan de hand van een kilometeradministratie. (Wanneer, waar naar toe, aantal km en beroepsmatig karakter aantonen)
Daarnaast zou men een forfaitair systeem mogen hanteren volgens beroepscategorie, waarbij de BTW op een wagen voor een interne medewerker forfaitair niet of slechts zeer beperkt aftrekbaar zou zijn en voor een handelsvertegenwoordiger maximaal aftrekbaar zou zijn..
Hoe dan ook, de BTW kan nooit meer dan  50 % worden afgetrokken.
 
Wordt vervolgd.
 
2.      Recht op BTW aftrek bij ter beschikking gestelde voertuigen onder bezwarende titel (niet gratis)
Het recht op aftrek blijft zoals vanouds 50 %.  
 
Niet gratis betekent: vergoed aan een normale waarde. Een symbolische vergoeding wordt niet beschouwd als een normale waarde.
 
Een vergoeding gelijk aan het voordeel van alle aard wordt wel beschouwd als een normale waarde.
 
Voorbeeld
Het bedrijf koopt een wagen en stelt deze gratis ter beschikking van een interne bediende. Beroepsmatige                 km zijn nihil.  BTW voorheen 50 % aftrekbaar. BTW nieuw 0 % aftrekbaar.
 
Wagen 15.125,00 €, incl. BTW, co2-uitstoot 110 gram:
voordeel 1ste jaar = 907,5 maar minimaal 1.200,00.
Indien de bediende een vergoeding betaalt aan het bedrijf van 100,00 per maand (gaat af van het nettoloon) of 1.200,00 per jaar , is de BTW 50 % aftrekbaar of 1.312,50.
 
Deze regels gelden niet enkel voor de aankoop, maar voor alle kosten op deze wagen.
 
3.      BTW bij verkoop wagen
Bij verkoop van uw wagen diende u steeds 21 % BTW aan te rekenen op het volledige bedrag, zelfs al had u bij de aankoop destijds slechts de helft van de BTW kunnen recupereren.
 
Voor wagens verkocht vanaf 01/01/2012 (in sommige gevallen zelfs deze verkocht in 2011) dient voortaan slechts 21 % BTW te worden aangerekend op de helft van de prijs. De oorspronkelijke aankoopdatum van deze wagen speelt geen rol.
 
Voorbeeld
Verkoop wagen nieuw aangekocht in 2007 voor 60.000,00 in de loop van 2012.
Met de koper overeengekomen prijs:  26.000,00 BTW inbegrepen.
Oude regeling: 26.000,00 * 0,21/1,21 = 4 .12,BTW;  netto verkoopprijs 21.487,60
Nieuwe regeling: 26.000,00 * 0,105/1,105 = 2.470,60 BTW; netto verkoopprijs 23.529,40
 
BESLUIT
Oef, u bent weer bij of toch voor eventjes, want de scenaristen schrijven verder scenario’s voor deze serie. Blijf kijken op onze website.