Rechtspraak sprokkels

24/07/2006

Artikel 49 van het wetboek inkomstenbelasting definieert vrij duidelijk wanneer kosten fiscaal aftrekbaar zijn. Dit zijn de kosten gedaan om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan de echtheid en het bedrag bewezen wordt. (Door diegene die de kost aftrekt)

 

De fiscale administratie is meestal wantrouwig inzake kosten, vooral wanneer deze zowel een privaat als een beroepskarakter hebben. Ondanks de kostprijs van de advocaat loont het toch soms de moeite om de zaak voor te leggen aan de rechtbank. Hierbij enkele voorbeelden.

 

Een architect wil de kosten voor de (her)aanleg van zijn tuin aftrekken als beroepskost

De fiscus vindt dat deze kosten private uitgaven zijn i.p.v. beroepskosten.

Het Hof van Beroep te Gent vindt met de architect dat de eigen woning en tuin de beste publiciteit zijn om klanten aan te trekken, een soort (openlucht)toonzaal met voorbeelden van zijn visie op architectuur, zijn stijl, enz.

Er is dus wel degelijk een verband tussen de kosten en de beroepsinkomsten.

De architect hoeft niet te bewijzen dat hij door deze tuin daadwerkelijk nieuwe opdrachten heeft gekregen. De fiscus mag evenmin een oordeel vellen over de opportuniteit, zoals de aard, de omvang of de kostprijs van deze heraanleg.

 

De Porsche en de Jaguar

Een vennootschap heeft een Porsche en een Jaguar waarmee de zaakvoerders naar de zaak en naar cliënten rijden.  De fiscale administratie verwerpt een deel van de kosten van deze wagens omdat de prijs per km van dergelijke wagens veel hoger is dan de kilometervergoeding welke ambtenaren ontvangen voor dienstverplaatsingen.

 

Volgens het Hof van Beroep te Brussel is het niet zinvol om beide bedragen met elkaar te vergelijken om tot aftrekbaarheid van de kost te beslissen. Ambtenaren lopen geen enkel economisch risico en moeten geen zakencijfer realiseren. Bovendien meent het Hof dat de Porsche en de Jaguar het uithangbord zijn van de vennootschap, zijn zij een bewijs van het succes van de vennootschap en wekken zij vertrouwen bij de cliënten. Bijgevolg mag de Porsche en de Jaguar beiden als beroepskost worden afgetrokken.

 

Taallessen.

Kosten voor onderwijs zijn normaliter geen aftrekbare beroepskosten omdat zij niet worden gedaan om inkomsten te verkrijgen of te behouden. Een student, of de ouders van de student,  kunnen de inschrijvingsgelden, cursussen, enz. niet fiscaal aftrekken.

 

Wanneer men echter reeds een beroep uitoefent, kunnen vervolmaking-, specialisatieopleidingen wel fiscaal worden afgetrokken.  (bv. een arts die opleiding homeopathie volgt, een secretaresse die een cursus PowerPoint volgt, enz.)

 

Een advocaat tekent in op een avondcursus Frans en trekt deze af als beroepskost.

De administratie weigert de aftrek omdat zij vindt dat dit een private uitgave is, o.a. omdat de cursus geen specifieke cursus “Frans voor juristen” is. 

De fiscale rechter staat de aftrek wel toe om volgende redenen, de talencursus draagt bij tot het onderhoud en de uitbreiding van de talenkennis, wat de werkzaamheden van de advocaat ten goede komt, onder meer omdat heel wat rechtspraak en vakliteratuur in ons land in het Frans is gepubliceerd. Het doet er voor de rechter niet toe dat de cursus algemeen is (en dus door iedereen kan worden gevolgd) en niet enkel juridische termen en taalgebruik aanleert.

 

 

BESLUIT

Bovenstaande voorbeelden tonen aan dat het voor de aftrekbaarheid van kosten vooral van belang is om het beroepsmatig karakter aan te tonen.

Kosten hoeven niet uitsluitend beroepsmatig te zijn, maar minstens gedeeltelijk in uw beroepsactiviteit kunnen worden gebruikt.