Einde van het bankgeheim?

30/03/2011

Het bankgeheim VANDAAG:
De fiscus heeft alleen recht tot inzage in de bedrijfsrekeningen, dus niet in de private rekeningen, private spaarboekjes, enz.
Enkel in uitzonderlijke omstandigheden, zoals na het indienen van een bezwaarschrift, of bij een vermoeden van een mechanisme tot belastingontduiking, kon het bankgeheim worden opgeheven.
De fiscus mocht aan een bank GEEN inlichtingen vragen over de toestand van één welbepaalde belastingplichtige.
 
Let wel, dit is enkel een bankgeheim t.o.v. de fiscus, bij een gerechtelijk onderzoek is er nooit bankgeheim.
 
 
VOORSTEL tot wijziging van de wet:
Kan uw controleur zo maar bij elke bank inlichtingen vragen over al uw financiële rekeningen? NEEN
 
De fiscus zal alleen dan bij een bank alle inlichtingen mogen opvragen, wanneer zij, ofwel
a)      bij een onderzoek over één of meer aanwijzingen van belastingfraude beschikt
of
b)      bij het uitvoeren van een indiciair onderzoek, d.w.z. de belastbare inkomsten bepalen volgens tekenen en indiciën.
 
a)      Aanwijzingen (niet limitatief) van belastingfraude, voldoende om uw bankgeheim op te heffen zijn:
-           bankrekening in het buitenland, niet gemeld op de aangifte,
-           aanzienlijke discrepantie tussen de uiterlijke tekenen van welstand of het uitgaven- patroon en de aangegeven inkomsten,
-           aankopen zonder factuur en aankopen die niet opgenomen zijn in de boekhouding,
-           zwart werk,
-           inlichtingen waaruit blijkt dat inkomsten niet zijn aangegeven,
-           ongelijkheid tussen 2 exemplaren van een factuur of betalingsnota bij de klant en bij de leverancier,
-           niet verantwoorde verschillen tussen offertes, bestelbonnen, transportdocumenten en de facturen,
-           aanvraag van belastingvoordelen waarvoor de werken niet zijn uitgevoerd,
-           door de werknemer ondertekende documenten, waaruit een hogere vergoeding blijkt dan uit de boeken van de werkgever,
-           belangrijke onjuistheden in de verschillende bestanddelen van een factuur,  (identiteit, aard van het goed of dienst, volume, prijs, …)
-           hogere winstmarge dan vorige jaren bij gelijke exploitatievoorwaarden,
-           aankopen en verkopen die niet corresponderen met de voorraadwijzigingen,
-           facturen voor niet bestaande leveringen of diensten (fictieve facturen),
-           leveringen en diensten zonder facturen,
-           in belangrijke mate ontbreken van ontvangstbewijzen,
-           ongelijkheid tussen de originele documenten en de dubbels,
-           het niet verstrekken van BTW-kwitanties terwijl de ontvangsten niet in de boeken staan,
-           niet verantwoord verschil tussen bij de BTW en bij de belastingen aangegeven omzet,
-           niet verantwoord verschil tussen de loonopgaven en de geboekte lonen,
-           het niet indienen van belastingaangiften,
-           een “negatieve kas”,
-          
Zoals hierboven vermeld is deze lijst niet limitatief, er zijn dus nog meer stokken om de
hond te slaan.
 
Wat is geen aanwijzing tot fraude en dus geen reden om uw bankgeheim op te heffen?
-           fouten inzake aftrekbare bestedingen (voorbeeld alimentatiegelden),
-           aftrek zonder dat de aftrekvoorwaarden vervuld zijn,
-           schrijf- en telfouten,
-           fouten in de opgegeven gezinslasten,
-           het te laat indienen van een aangifte,
-           loonfiches die niet of niet correct zijn aangegeven,
-           inkomsten die onder een verkeerde rubriek zijn aangegeven,
-           beperkt aftrekbare kosten toch onbeperkt of onvoldoende beperkt hebben afgetrokken,
-           het niet aangeven van forfaitair bepaalde voordelen van alle aard,
-           problemen met juridische interpretaties,
-          
 
b)      Het uitvoeren van een indiciair onderzoek:
Een indiciair onderzoek behelst het belasten volgens “tekenen en indiciën” waaruit een hoger inkomen blijkt dan werd aangegeven in de belastingaangifte.
 
Voorbeeld:
Men betaalt jaarlijks 100 lening terug, terwijl op de belastingaangifte slechts 40 winst en 30 afschrijvingen zijn vermeld. Of nog, men doet een investering van 100 met eigen middelen, terwijl uit de aangifte slechts een inkomen blijkt van 50.
 
In principe dient de fiscus zo’n onderzoek te doen zonder tussenkomst van de belastingplichtige. (Wij doen dit zelf elk jaar, zelf preventief, vandaar onze lastige jaarlijkse vraag naar uw tegoed op klanten, schuld aan leveranciers, stand van uw bankrekening, enz...)
 
Indien de fiscus uw belastingaangifte wil negeren en u belasten volgens de tekenen en indiciën waaruit een hoger inkomen blijkt, kan zij voortaan de banken om inlichtingen over uw rekeningen vragen.
 
 
HOE zal de procedure werken?(onder voorbehoud van definitieve tekst)
 
1)     STAP 1: vraag om inlichtingen (aan de belastingplichtige)
Er moet eerst een onderzoek gevoerd worden, dit door een vraag om inlichtingen te sturen naar de belastingplichtige die daarop binnen de maand dient te antwoorden.
 
Waar u tot heden niet of slechts beperkt moest meewerken om een indiciaire afrekening tot stand te brengen, zult u dit in de toekomst wel moeten doen.
 
Indien het antwoord van belastingplichtige aan de ambtenaar onvoldoende inlichtingen geeft of hem doet vermoeden dat gegevens werden verzwegen, kan hij aan de gewestelijke directeur vragen om het bankgeheim op te heffen. De ambtenaar zelf kan dit niet.                        Het onderzoek bij de bank dient dan te gebeuren door een ambtenaar met minstens de graad van inspecteur, dit om willekeur en oneigenlijk gebruik van deze opheffing te vermijden.
 
2)     STAP 2:  vragen van inlichtingen (aan de banken)
Er zijn blijkbaar een 200-tal financiële instellingen in ons land. Het is onbegonnen werk om elke bank aan te schrijven met de vraag of u daar een rekening aanhoudt.
 
Daarom komt er één centraal aanspreekpunt bij de Nationale Bank. Alle banken zijn verplicht om alle rekeningnummers van al hun klanten in te voeren in deze databank.
(De rekeningstanden worden niet meegedeeld).
 
De gewestelijke directeur is bevoegd, op basis van een verzoek van de inspecteur om aan dat centrale aanspreekpunt de rekeningnummers van de belastingplichtige bij alle mogelijke banken op te vragen.
 
3)     STAP 3: opnieuw vraag aan de belastingplichtige
Eens de fiscus alle bankrekeningen kent, wendt de controleur zich opnieuw tot de belastingplichtige zelf met de vraag om al deze rekeningen voor te leggen.
 
 
4)     STAP 4 
Indien de belastingplichtige medewerking blijft weigeren, moet de controleur opnieuw toestemming vragen aan zijn gewestelijke directeur, waarna hij zelf de betrokken bank kan aanspreken om alle gewenste inlichtingen op te vragen.
 
5)     STAP 5: mededeling aan de belastingplichtige
Terwijl de inlichtingen gevraagd zijn aan de bank, dient de fiscus de belastingplichtige in te lichten over “de aanwijzingen van belastingfraude”.  
Ingeval de rechten van de schatkist in gevaar verkeren, omdat bijvoorbeeld gevreesd wordt dat belastingplichtige al zijn rekeningen zou leeghalen, mag de kennisgeving zelfs achteraf gebeuren, nadat de inlichtingen van de bank reeds zijn verkregen.
Indien de buitenlandse fiscus een vraag stelt, kan men zelfs onmiddellijk een bankonderzoek doen, zelfs indien er geen aanwijzingen tot fraude zijn.
 
De fiscus dient stap 5 niet uit te voeren indien zij het bankgeheim wil opheffen om een indiciair onderzoek te doen. Dit wil zeggen dat zelfs een voornemen om te belasten volgens tekenen en indiciën voldoende zijn om een bankonderzoek te doen.
Naar mijn persoonlijke mening kan dus altijd een bankonderzoek gebeuren van zodra de belastingplichtige niet zelf ten volle meewerkt met een onderzoek.
De toelichting bij de wetswijziging probeert wel gerust te stellen met de melding dat het niet de bedoeling is om de opheffing van het bankgeheim te veralgemenen, maar of een directeur tegen de wil van een hardwerkende ambtenaar zal weigeren een bankonderzoek te laten doen, lijkt me onwaarschijnlijk.
 
 
WANNEER treedt de nieuwe regel in voege?
In principe zou de nieuwe regeling van start gaan op 01 juli 2011. Maar dat betekent niet dat de standen van of de verrichtingen op een bankrekening pas vanaf 01 juli 2011 moeten worden meegedeeld. Zij kunnen enkel vanaf dan worden opgevraagd, maar dit kunnen de bankgegevens zijn vanaf 01 januari 2008, of erger, zelfs vanaf 2004 ingeval van fraude en mits voorafgaande kennisgeving van die fraude.
 
Tot daar de huidige stand van de voorgestelde wetswijziging.
Indien zich nog belangrijke wijzigingen voordoen, laten we opnieuw bericht.
 
Het spreekt voor zich dat we tot uw dienst zijn voor meer informatie (09/372.42.42).
 
 
Koen De Muynck
Accountant-belastingconsulent
 
 
 
.