Verlenging aanslag-, controle- en bewaartermijnen

20/03/2009

A. Aanslag- en controletermijnen

 

1. Algemeen

 

De periode waarbinnen de administratie een aanslag in de directe belastingen (vennootschapbelasting / personenbelasting) dient te vestigen (wat grosso modo neerkomt op het versturen van het aanslagbiljet) is beperkt. In principe heeft de fiscus tijd tot 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. Evenwel mag bij niet-aangifte, laattijdige aangifte of wanneer de verschuldigde belasting hoger is dan de belasting op basis van de ingediende aangifte (bv ten gevolge van een controle) de aanslag worden gevestigd gedurende 3 jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar is genoemd. Indien uw aangifte voor inkomstenjaar 2007 (aanslagjaar 2008) niet tijdig of niet correct werd ingediend, kan de fiscus dus een aanslag vestigen tot 31 december 2010.

 

Deze termijn van 3 jaar wordt bovendien nog eens verlengd met 2 jaren in geval van fraude. Fraude duidt op de aanwezigheid van  bedrieglijke handelingen met als doel 1) aan zichzelf of aan anderen een onrechtmatig voordeel te verschaffen of 2) andere personen te schaden.

Ook wanneer bezwaar wordt ingediend wordt de aanslagtermijn verlengd en dit met maximum 6 maanden.

 

De termijnen waarbinnen de administratie een aanslag kan vestigen zijn tevens bepalend voor de termijnen waarbinnen de administratie kan overgaan tot controle. M.a.w. zolang de administratie de aanslag kan vestigen is zij ook gemachtigd een fiscale controle uit te voeren. Bij niet, laattijdige of onvolledige aangifte of bij fraude wordt dus ook de periode gedurende dewelke de fiscus een controle kan uitvoeren, verlengd.

 

Gezien de geringste wijziging aan de belastbare grondslag de driejarige aanslag- en controletermijn opent, kan algemeen aangenomen worden dat de fiscus steeds 3 jaar de tijd heeft een controle en (bijkomende) aanslag te vestigen. Pas wanneer er echt sprake is van fraude, wordt deze periode nogmaals verlengd met 2 jaar.

 

Inzake BTW geldt een gelijkaardige regeling. Meer bepaald verjaart de verplichting tot voldoening van BTW na het verstrijken van het 3de kalenderjaar volgend op het boekjaar waarbinnen deze BTW-schuld is ontstaan. In geval van fraude is dit pas na het 5de kalenderjaar.

 

2. Nieuwe wetgeving

 

De bestaande aanslagtermijnen in geval van fraude, zijnde 5 jaar, worden met 2 jaar verlengd en bedragen nu dus 7 jaar.

 

Welke gevolgen heeft dit nu?

 

Het boekjaar 2003 (aanslagjaar 2004), welke volgens de oude wetgeving op 31.12.2008 zou verjaard zijn, staat door de wetswijziging nog open voor controle en dit tot 31 december 2010. Voor de inkomsten van het huidige boekjaar 2009 (aanslagjaar 2010) zal de fiscus nu tot 31 december 2016 de tijd hebben om een aanslag te vestigen indien er fraude is aangetoond.

 

Over de vraag of de fiscus nu ook het boekjaar 2002 kan controleren bestaat geen eensgezindheid. Op het moment van invoering van de nieuwe regeling, zijnde 29 december 2008, was het boekjaar 2002 volgens de vroegere regeling reeds verjaard en een verjaard boekjaar zou volgens sommigen specialisten niet heropend kunnen worden.

 

Ook inzake BTW worden de termijnen aangepast. De verjaringstermijnen in geval van fraude worden verlengd van 5 naar 7 jaar. Gezien de fiscus een BTW-controle kan uitvoeren zolang de BTW schuld niet is verjaard worden impliciet ook de controletermijnen verlengd.

 

 

B. Bewaartermijnen

 

Opdat de fiscus nog iets te onderzoeken zou hebben wanneer ze de verlengde onderzoekstermijnen van 7 jaar zou willen toepassen, dienden ook de bewaartermijnen van de boekhoudkundige stukken verlengd te worden. Tot nu toe bedroeg die bewaartermijn 5 jaar. Voortaan is de belastingplichtige verplicht om de “boeken en bescheiden” aan de hand waarvan de het bedrag van de belastbare inkomsten kan worden vastgesteld 7 jaar bij te houden en dit te rekenen vanaf de eerste dag van het volgende boekjaar. Facturen dienen gedurende 7 jaar vanaf hun datum te worden bewaard. Stukken met betrekking tot inkomstenjaar 2009 moeten dus tot ten minste einde 2016 worden bijgehouden.

 

Wouter Iliano