Notionele interestaftrek (aftrek voor risicokapitaal)

6/03/2009

Sinds aanslagjaar 2007 kunnen de Belgische vennootschappen genieten van een fiscale gunstmaatregel, de “notionele interestaftrek” of “aftrek voor risicokapitaal” genaamd. Met de invoering van deze regeling werd de verschillende fiscale behandeling van vennootschappen die investeren met eigen middelen en vennootschappen die voor hun investeringen beroep (moeten) doen op vreemd vermogen (b.v. bankleningen) opgeheven.

 

Zoals genoegzaam gekend vormen interesten die een vennootschap betaalt voor ontleende gelden (meestal) een fiscaal aftrekbare kost. Wanneer een vennootschap daarentegen voldoende eigen middelen heeft om een bepaalde investering zelf te kunnen financieren en dus geen lening aangaat worden logischerwijze geen interesten betaald. Geen interesten betekent geen extra kosten wat resulteert in een hogere belastbaar resultaat en dus meer vennootschapsbelasting. De vergoedingen die een vennootschap daarentegen betaalt aan haar aandeelhouders voor het ingebrachte kapitaal, zijnde dividenden, vormen voor de vennootschap geen aftrekbare kost. Conclusie van dit alles: Vennootschappen met een hoge schuldgraad en hoge interestkost betalen minder belastingen dan gezonde bedrijven. Onrechtstreeks promoot de Belgische administratie dus het financieren met vreemd vermogen en worden gezonde bedrijven met voldoende eigen middelen fiscaal afgestraft.

 

Deze ongelijke behandeling werd door de invoering van de notionele interestaftrek weggewerkt. Voortaan mogen alle Belgische vennootschappen een fictieve interest aftrekken van hun belastbare basis. Het bedrag van deze fictieve interest wordt berekend als een vast percentage van het eigen vermogen. Hoe hoger dus het eigen vermogen, hoe hoger het bedrag aan fictieve interesten die mogen afgetrokken worden en dus hoe lager het belastbare resultaat en de verschuldigde vennootschapsbelasting. Ter verduidelijking benadrukken we dat in tegenstelling tot interesten op leningen, deze fictieve interesten niet effectief dienen betaald te worden.

 

Voor aanslagjaar 2010 (inkomstenjaar 2009 voor vennootschappen die afsluiten op 31 december) bedraagt het percentage van de notionele interestaftrek 4,473 %. Wordt uw vennootschap beschouwd als een KMO, dan ligt het percentage 0,5% hoger, zijnde  4,973%.

 

Evenwel komt niet het totale eigen vermogen in aanmerking als berekeningsbasis voor deze fictieve interesten. Om misbruiken te voorkomen dient het eigen vermogen namelijk verminderd te worden met o.a. een aantal activa-posten. Zo dient een correctie van het eigen vermogen te gebeuren wanneer de vennootschap financiële vaste activa (participaties/aandelen in een andere vennootschap) heeft. De fiscale nettowaarde van deze aandelen moet in mindering worden gebracht van het eigen vermogen. Logisch, want de (Belgische) vennootschap waarin men aandelen heeft, kan ook genieten van de notionele interestaftrek. Zonder deze correctie zou er dus een dubbele aftrek zijn. Ook de boekwaarde van de villa waarvan de bedrijfsleider gebruik maakt, komt in mindering van het eigen vermogen. Het heeft dus geen zin je villa in de vennootschap in te brengen teneinde het kapitaal/eigen vermogen te verhogen en zo het bedrag aan notionele interestaftrek op te trekken. Verder dienen ook “beleggingen zonder periodiek inkomen” en “luxe-investeringen” in mindering te worden gebracht van het bedrag aan eigen vermogen om de notionele interest te berekenen.

 

Een voorbeeldje ter verduidelijking:

 

Een vennootschap heeft een eigen vermogen van 200.000 EUR bestaande uit

·          Kapitaal: 100.000 EUR

·          Belaste reserves 50.000 EUR

·          Overgedragen resultaat 50.000 EUR

Op het actief van de vennootschap bedraagt de boekwaarde van de villa waarvan de bedrijfsleider gebruik maakt nog 75.000 EUR.

 

Het gecorrigeerd eigen vermogen bedraagt derhalve: 125.000 EUR (200.000 EUR – 75.000 EUR). De vennootschap heeft recht op een notionele interestaftrek van 5.591,25 EUR (125.000 EUR * 4,473%), wat een belastingsvermindering inhoudt van 1.900,46 EUR (5.591,25 EUR * 0.3399%).

 

Om volledig te zijn, geven we graag nog het volgende mee:

·          Indien er voor een belastbaar tijdperk geen of onvoldoende winst is om de (totale) notionele interest in mindering te kunnen brengen, dan mag het niet gebruikte saldo overgedragen worden naar het volgende jaar (en dit maximaal 7 keer);

 

·          Wanneer tijdens een belastbaar tijdperk het eigen vermogen of de (activa-) bestanddelen die in mindering dienen te worden gebracht, toenemen of dalen dan wordt deze wijziging als een gewogen gemiddelde in rekening genomen ingaande vanaf de eerste dag van de volgende maand. Bv. Een vennootschap die boekhoudt per kalenderjaar verhoogt haar kapitaal met 150.000 EUR op 25 mei. Door deze verhoging zal de berekeningsbasis voor de notionele interestaftrek voor dat jaar met 87.500 EUR stijgen, zijnde 150.000 * 7/12. Het jaar daarop komt de volledige 150.000 EUR in aanmerking.

 

·          De notionele interest aftrek wordt berekend en in rekening gebracht bij het opmaken van de aangifte in de vennootschapsbelasting.

 

Conclusie:

 

Door de invoer van de notionele interestaftrek, worden gezonde bedrijven niet langer fiscaal benadeeld. Of men een investering financiert met vreemde middelen, dan wel met eigen middelen, in beide gevallen kan een interestaftrek genoten worden, zijn ofwel een effectief betaalde interest ofwel een fictieve (notionele) interest.

 

Door de notionele interestaftrek vermindert dus de reële belastingsdruk.  Een optimalisatie van het eigen vermogen en de notionele interestaftrek kan leiden tot een aanzienlijke belastingsbesparing waardoor de reële belastingsdruk een stuk lager komt te liggen dan 33,99% (of de theoretische verlaagde tarieven voor KMO’s).

 

Wouter Iliano